Oorlogsslachtoffers

Slachtoffers van het nazi-regime in de jaren 1940 - 1945

Nadat de Duitsers Nederland op 10 mei 1940 waren binnengevallen, veranderde er ogenschijnlijk niets. Nederland was wel bezet, maar het leven leek zijn gewone gang te hernemen.
De Joodse bevolkingsgroep was misschien nog wel het meest op zijn hoede. Duitse Joden waren in de voorafgaande jaren al naar het 'neutrale' Nederland gevlucht en hoopten hier een veilig onderdak te vinden.
Niets bleek minder waar. Stilletjes aan begon de bezetter de regels aan te scherpen. De Nederlandse Joden merkten dat als eersten. Naar we nu weten werden ruim 102.000 Joden - veelal via het Durchgangslager Westerbork - weggevoerd.
Ook waren er Nederlanders die om andere redenen niet aan vervolging door de bezetter ontkwamen: Roma en Sinti vanwege hun ras, Jehovah's getuigen vanwege hun religie, mannen en vrouwen die vanuit de illegaliteit tegen de Duitsers in opstand kwamen en mannen en vrouwen die om hun seksuele geaardheid of hun politieke overtuiging zijn omgebracht.

Ter herinnering aan hen die tijdens het nazi-regime werden omgebracht wil de Stichting Struikelstenen Assen voor alle uit Assen afkomstige slachtoffers een struikelsteen plaatsen.
Het gaat daarbij om circa 450 Assenaren, vaak meerdere personen uit één gezin.
De eerste stenen zijn in het voorjaar van 2012 gelegd. 


Het verzet

Van alle Nederlanders pleegde naar verhouding een kleine groep daadwerkelijk verzet tegen de Duitse overheersing.
Dat deden zij veelal vanuit een politieke of religieuze overtuiging of uit pure vaderlandsliefde.
Dat tegenwerken van de bezetter gebeurde veelal in illegaliteit. Door onvoorzichtigheid of door verraad moesten velen hun ondergrondse activiteiten met de dood bekopen.
Zij die de pech hadden te worden opgepakt belandden vaak in de gevangenis.
In een aantal gevallen volgde daarop internering in een strafkamp in Nederland. Weer anderen werden meteen ter dood veroordeeld of gingen op transport naar een 'werkkamp' in Duitsland.

Daar leefden ze onder erbarmelijke omstandigheden, voor velen met de dood als gevolg. Ook in Assen hebben mannen en vrouwen zich tegen de bezetter verzet. Voor het eerst al in 1940, waarna de activiteiten zich verder uitbreidden. Daartoe behoorden bijvoorbeeld het rondbrengen van illegale lectuur als Vrij Nederland, het Parool en Trouw, het onderdak bieden aan (Joodse) onderduikers. Maar ook het verspreiden van illegaal verkregen bonkaarten of het bevrijden van lotgenoten uit Duitse gevangenschap.
Zo werd door het verzet in de vroege ochtend van 11 december 1944 tijdens de overval op het Huis van Bewaring op de Brink een grote groep personen bevrijd.

Omgekomen verzetsmensen liggen op verschillende plaatsen in Nederland begraven, zoals op de erebegraafplaats in Loenen. Een aantal uit Assen omgekomen verzetsmensen kreeg op de Zuiderbegraafplaats aan de Beilerstraat een eregraf.


Jehovah's Getuigen

Voor de Tweede Wereldoorlog waren er reeds Jehovah's Getuigen actief in Nederland. Het Wachttorengenootschap telde diverse predikers en met name literatuurverspreiders.
Zij wisten over de vervolgingen van hun geloofsgenoten in Duitsland en hielpen hen aan huisvesting in Nederland.
Jehovah's Getuigen die zich openlijk tegen Hitler en het nationaal-socialisme keerden werden aangehouden.
Waren het kort na 1940 aanvankelijk alleen de (illegale) Duitse Jehovah's Getuigen die werden gearresteerd, al gauw werd het gehele Wachttorengenootschap verboden.
Het genootschap ging vervolgens ondergronds verder. Als Jehova's Getuigen openbaar actief bleven met bijvoorbeeld het predikingswerk, het verspreiden van De Wachttoren en de plak- en strooiacties van bijbelteksten, dan werden ze o.a. overgebracht naar de gevangenis van Scheveningen en werd er gedreigd met wegvoering naar het concentratiekamp.

De anti-Duitse houding bleef bestaan en zij schuwden de confrontatie met de Duitse bezetter niet.
De arrestanten moesten een zogenaamde afzweringsverklaring tekenen, waarin zij beloofden zich van de gemeenschap van Jehovah's Getuigen los te maken en zich te onthouden van verdere geloofsactiviteiten. Hierna zouden ze worden vrijgelaten. De meesten tekenden niet en bleven trouw aan hun geloof.
De gevangenen die weigerden hun geloofsgenoten te verraden werden soms ernstig mishandeld.
Vanuit kamp Amersfoort en kamp Vught werden vele Jehovah's Getuigen op transport gesteld naar o.a. Sachsenhausen, Neuengamme, Buchenwald, Auschwitz en Ravensbrück.
In de kampen weigerden deze gevangenen werk te doen ten behoeve van de oorlogsindustrie.
Vele Jehovah's Getuigen overleefden de concentratiekampen niet ten gevolge van ondervoeding, uitputting, ziekten als vlektyfus en dysenterie en door de bombardementen.

Bron: 'Getrouw aan hun geloof. De vervolging van de Nederlandse Jehovah's Getuigen in de Tweede Wereldoorlog'
Auteur: Tineke Piersma